hulp bij het kiezen van een board

Let op, dit is een artikel uit 2004, binnenkort wordt het artikel geupdate met laatste ontwikkelingen. Al vragen? Stel ze in de comments.

Omdat er de laatste weken steeds meer topics op het forum komen over het kiezen van een board heb ik een poging gedaan om een beetje licht in de duisternis te brengen. Met mijn eigen ervaring, een hoop NL magazines en snowboardgoeroe Lucien heb ik geprobeerd een aantal vragen te beantwoorden die kunnen helpen bij het kiezen van een board. Dit is dus niet DE ultimate boardbijbel geworden, maar kan hopelijk wel een steuntje in de rug geven. Heb je hierna nog vragen of problemen, aarzel dan natuurlijk niet om ze op het forum te stellen.

Wat wil je met je board?
Dit is de eerste en misschien wel belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen als je een board wilt gaan kopen. Vergelijk het een beetje met het kopen van een auto, als je die alleen maar gaat gebruiken om naar je werk te gaan dan heb je aan een dikke 4*4 niet zo veel. Hetzelfde geldt bij snowboarden, met een 1.76 poederplank kom je in de halfpipe niet zo ver. Wat wil je dus met je board??

Voor een gevorderde boarder is dat belangrijker dan voor een beginner, als beginner weet je meestal nog niet echt wat je lekker vind qua snowboards. Gelukkig zijn beginnerboards vrij allround, en kun je er snel vorderingen op maken. Beginnerboards zijn vaak juist gemaakt om makkelijk en goed bochten en andere dingen mee te leren, maar vaak ook specifiek voor de wat lagere snelheden. Daarom “groei” je op een gegeven moment je board voorbij, je gaat sneller en harder snowboarden en dat kan je board dan niet meer bijhouden (nerveus, trillen en stuiteren op hogere snelheden).

Bijna elk merk heeft zijn eigen indeling gemaakt, maar in principe komt het op hetzelfde neer. Sommige merken delen hun boards vrij precies in, anderen zeggen alleen maar freestyle of freeride georiënteerd. Vraag jezelf dus af wat je met je board gaat doen en zoek aan de hand daarvan in de bijbehorende categorie. Natuurlijk, met een specifiek railboard kom je ook uit de voeten op de piste, maar als je alleen nog (maar) pistes rijdt ben je beter af met een allround plankje. Kijk dus eens rond op Internet, lees de magazines, blader de brochures 100x door en laat je informeren in de shops, zodat je weet wat je ongeveer wil.

Je weet nu dus ongeveer in welke hoek je je board moet zoeken, natuurlijk zijn er nog meer zaken waar je rekening mee moet houden.

Boardbreedte:
Dit is vooral van belang als je maat 44+ hebt. Bij een te smal board steken je tenen en/of je hakken namelijk over je board heen en kun je last van toe- of heeldrag. Bij gesneden bochten slepen dan je tenen of hielen door de sneeuw. Gelukkig hebben bijna alle merken extra brede boards, zogenaamde wide-models, zodat je ook als Nederlander met je zeilboten een board kan vinden wat bij je past. Is je board echter te breed dan krijg je het andere uiterste, je krijgt het board moeilijk van kant gewisseld en het board zal zwaar en log aanvoelen. Je bindingen/voeten mogen best een klein beetje uitsteken maar niet veel meer dan 1 a 2 cm. Mocht je toch perse een bepaald boardje willen rijden maar zijn je voeten eigenlijk te groot, dan kun je kijken of Boots zonder binnenschoen (van Flow bijvoorbeeld) of riser/elevator-plates (van Burton bijvoorbeeld) uitkomst kunnen bieden.

boardbreedte

flexFlex en torsie:
De flex van een board is de stijfheid ervan in de dwarsrichting. Hij wordt bepaald door de materialen die gebruikt zijn. Een slapper board is vergevingsgezinder, makkelijker te rijden, maar sneller onstabiel op hoge snelheden. Een stijf board reageert directer en is stabieler op hogere snelheid. Zoals je wel kunt raden kost zo’n board wat meer moeite om te berijden en straft het ook je fouten sneller af. Beginnerboards zijn dus wat slapper, zodat niet de hele tijd met je neus in de sneeuw ligt.

torsieDe torsie van een snowboard is de stijfheid ervan in de lengterichting. Slappere boards voelen speelser aan en zijn meer geschikt voor jibben en rails rijden. Ook is het vergevingsgezinder en dus wat makkelijker te rijden. Een torsiestijf board houdt beter z’n kant bij gesneden bochten. Ook hier geldt, een stijver board is directer maar straft je fouten sneller af.Er is ook nog verschil in het flexverloop in de boards. Sommige boards worden van nose naar tail steeds wat stijver. Dit zijn “directionele” boards en ongeveer 85% van alle boards is zo opgebouwd. De nose is wat soepeler voor het insturen van bochten en het lekker drijven in poeder, de tail is wat stijver voor krachtig rijden en het poppen van ollies. Soms zijn boards tussen de bindingen weer wat extra soepel, zodat ze wat vergevingsgezinder zijn in de poeder of op rails. Tenslotte komen de twinboards weer terug. Twinboards hebben een gelijke flex in de nose en in de tail. Het maakt dus niet uit of je gewoon of switch rijdt. Als ook de shape twin is, maakt het niet eens meer uit hoe je je bindingen monteert. De terugkeer van de duck-stance heeft ook geleid tot de terugkeer van de twin-boards.

Shape:
De shape is hoe een snowboard eruit ziet. Een reuzenslalomplank van 180 ziet er heel anders uit dan een kinderboardje, niet alleen qua grootte maar ook qua vorm. Zoals gezegd zijn tegenwoordig de twintips weer in opkomst, freestyleboards die qua tail en nose gelijk zijn en dus even makkelijk switch als normaal rijden. Erg handig in het park. Freerideboards hebben vaak een wat smallere tail en een meer opstaande nose, waardoor ze beter in de poeder rijden. De taillering bepaald verder voor een deel het bochtengedrag, en de lengte van de effectieve kant bepaald de hoeveelheid grip die een board in de sneeuw heeft. Een lange effectieve kant geeft veel grip, maar kan een board ook wat moeilijker te hanteren maken. Beginnersboards combineren vaak een iets kortere effectieve kant met een groter begin- en eindgebied van de taillering, waardoor ze gemakkelijker sturen en minder snel “happen”.

Base:
Grof gezegd zijn er twee verschillende soorten belag: sintered en extruded. Het belag bepaalt hoe snel je glijdt. Extruded belag is de goedkopere soort, het is zachter en beschadigt dus sneller. Het is wel makkelijker te repareren dan sintered belag. Daarnaast heeft het minder onderhoud nodig, je hoeft het dus minder vaak te waxen. Wel is het minder snel dan sintered belag omdat het eigenlijk niet zo goed wax opneemt. Boards met bases van sintered belag zijn duurder en harder. Het is ook verkrijgbaar in verschillende hardheden. Hoe hoger het hardheidsgetal (2000, 4000, 6000 etc), hoe harder het belag. Het belag glijdt sneller maar vergt meer onderhoud en als je het slecht waxt glijdt het zelfs minder goed als extruded belag. Sintered belag kun je ook nog in de carbonvariant aantreffen. Dit materiaal is nog iets taaier, glijdt nog iets sneller, maar is nog lastiger te waxen en repareren.

Lengte en gewicht:
Bij elk board (op Internet of in de catalogus) staat, naast een hele hoop andere dingen, ook bijna altijd een gewichtsindicatie vermeldt, bijvoorbeeld zoals hierboven. Stel je weegt 65 kg. De boards van 154 en 158 zouden hier dus ok zijn. Je zit daar mooi in het midden van de weight range. Als je met je gewicht wat lager in de gewichtrange valt is het board relatief stijf voor jou, terwijl als je wat hoger in de gewichtrange valt, het board relatief wat slapper voor je is.

custom

Dan ga je kijken naar andere zaken:Een paar voorbeelden, ik ga nog steeds uit van 65 kg en het 154 of 158 board. Wil je alleen maar freestylen en handrailen-> een wat korter en soepeler board komt hier beter van pas, de 154 dus. (waarschijnlijk kies je dan ook iets anders dan een Custom). Wil je vooral freestylen en houd je van een iets stijver board-> dan moet je zorgen dat je wat lager in de gewichtrange valt, het board is dan voor jou relatief stijf, de 158 dus. Ben je erg lang (1.80+)?? -> Het 158 board is beter voor je geschikt. Ben je erg lang en wil je alleen maar knallen op de piste -> Nu kun je zelf beter naar het 162 board toegaan. Board je nog niet zo lang -> Een korter board draait makkelijker dan een langer board. Ook val je dan wat hoger in de gewichtrange dus je hebt een relatief wat soepeler board, het 154 board zou dus beter geschikt zijn.Vaak staan er in de brochures en op het Internet nog veel meer gegevens vermeldt bij een snowboard. Om het allemaal nog redelijk simpel en overzichtelijk te houden gaan we daar hier niet op in.

En nu??
Ieder mens is uniek en ook bij het kiezen van een board heeft iedereen zijn eigen wensen. Probeer daarom vooral veel boards uit, weet wat je lekker vind en vooral ook wat je niet lekker vind om op te rijden. Vraag in de shop altijd even of je het board eerst mag testen en informeer anders eens naar speciale testdagen. Lees ook de snowboard-tests die in de magazines staan, want daar worden vaak veel boards met elkaar vergeleken en er staat een hoop handige info in. En natuurlijk zijn je snowboardbuddies er nog, het US-forum en Lieve Mona.Wat we vooral hopen te bereiken met deze handleiding is dat niet iedereen domweg gelijk vragen gaat lopen stellen op het forum, maar dat je eerst even de moeite neemt om zelf wat informatie te zoeken (bijvoorbeeld op de internetsites of in de folders van de snowboardmerken zelf) en je in te lezen, zodat je een beetje weet waarover je het hebt. Zo wordt het uitzoeken alleen maar makkelijker en kun je ook een betere keuze maken.Succes bij het kiezen van je board en veel plezier met het rijden erop.

Props to: Lucien Vink aka Stinky voor zijn hulp.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *